Elske Nissen

De nacht is van iedereen: zo werk je aan een inclusieve nachtcultuur

Nachtcultuur kan mensen bij elkaar brengen die elkaar overdag misschien minder snel tegenkomen. Maar wie voelt zich daadwerkelijk welkom in die nacht? En wie krijgt de ruimte om mee te doen en mee te beslissen? Samen met DJ, ondernemer en trainer Suus te Braak en Rabia Sheikh, medeoprichter van Amalgamation en actief bij Stichting Nachtburgemeester Nijmegen, onderzoeken we wat nodig is om diversiteit en inclusie niet alleen zichtbaar, maar ook voelbaar te maken.

De nacht als plek voor ontmoeting

Suus te Braak is DJ, organisator en ondernemer en al ruim twintig jaar actief in het Nijmeegse culturele leven. Vanuit HizzFit houdt hij zich bezig met de trans- en queercommunity en geeft hij trainingen over diversiteit en inclusie. Rabia Sheikh is medeoprichter van Amalgamation, een platform voor regeneratieve nachtcultuur, en onderdeel van Stichting Nachtburgemeester Nijmegen.

Beiden zien de nacht als een plek waar mensen elkaar kunnen vinden. "Wat ik tof vind aan de plekken en de mensen die ik tegenkom, is dat er altijd een gevoel van verbroedering is", vertelt Suus. Tegelijkertijd ziet Rabia dat de diversiteit van Nijmegen nog niet overal zichtbaar is: "Je denkt soms dat Nijmegen niet divers is, maar dat is het wel." Verschillende communities bestaan volgens haar nog vaak naast elkaar. De uitdaging is daarom niet alleen om verschillende mensen te bereiken, maar ook om plekken te creëren waar zij elkaar daadwerkelijk ontmoeten.

Inclusie begint al bij de deur...

Een inclusief evenement begint al bij de deur. Een vriendelijke ontvangst, duidelijke huisregels en voorzieningen, heldere afspraken over gewenst gedrag en een herkenbaar aanspreekpunt kunnen veel verschil maken. "Iedereen die binnenkomt, wil erkend worden en een glimlach krijgen", zegt Suus. Bij Amalgamation werken ze daarom met een getraind awareness-team. Rabia: "Als er iets gebeurt, kunnen we daardoor snel handelen."

Ook Movisie benadrukt het belang van getraind personeel en samenwerking bij het voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag in het uitgaansleven. De Code Diversiteit & Inclusie biedt hiervoor aanvullende kennis voor de cultuursector.

...en stopt daar niet

Veiligheid stopt bovendien niet bij de uitgang van een club of festival. "Tijdens zo'n event ben je veilig, maar buiten het event ben je alleen en kwetsbaar", zegt Suus. Binnen queer communities bestaan daarom al lange tijd manieren om voor elkaar te zorgen, bijvoorbeeld door samen naar een feest én weer naar huis te gaan. Volgens Suus is die onderlinge zorg een belangrijk onderdeel van sociale veiligheid.

Voor organisatoren is het daarom waardevol om naar de hele bezoekersreis te kijken. Niet alleen naar wat er binnen gebeurt, maar ook naar de informatie vooraf, aankomst en vertrek. Je kunt niet iedere onveilige situatie voorkomen, maar wel nadenken over waar drempels ontstaan en hoe je bezoekers kunt helpen om veilig deel te nemen.

💡 Tip: Doorloop je evenement eens als bezoeker. Van de informatie vooraf en aankomst tot het deurbeleid, de voorzieningen en het vertrek naar huis. Waar kunnen drempels ontstaan en welke kun je verkleinen?

Een diverse line-up is nog geen inclusieve organisatie

Diversiteit is vaak het makkelijkst zichtbaar in een programma, bijvoorbeeld in de makers die je programmeert of de mensen die je in communicatie laat zien. Dat kan waardevol zijn, maar zegt nog niet hoe inclusief de organisatie zelf is. De Code Diversiteit & Inclusie kijkt daarom naar vier samenhangende P's: Programma, Publiek, Personeel en Partners. Structurele inclusie gaat dus ook over wie achter de schermen werkt, met wie je samenwerkt en wie invloed heeft op beslissingen. Uit de evaluatie van vijf jaar Code D&I blijkt bovendien dat duurzame verandering tijd, eigenaarschap en blijvende aandacht vraagt.

Ook Suus en Rabia benadrukken dat inclusie verder gaat dan een eenmalig programma of een themamaand. "De belangrijkste manier is mensen meenemen. Niet voor mensen bepalen, maar bottom-up werken", zegt Rabia. Dat betekent ook dat je communities niet alleen om input vraagt, maar ruimte geeft om daadwerkelijk invloed uit te oefenen. "Het gaat niet om ideeën verzamelen, het gaat om co-creatie." Suus sluit daarbij aan: kijk niet alleen naar wie je programmeert, maar ook naar wie ideeën kan aandragen, beslissingen kan nemen en toegang krijgt tot de middelen om iets zelf op te bouwen.

Niet alleen het podium, maar ook de middelen

Inclusiever werken vraagt tijd, capaciteit en vaak ook geld. Juist in de nachtcultuur kan dat lastig zijn, omdat veel kleinere initiatieven draaien op vrijwilligers of organisatoren die dit werk naast een andere baan doen. Volgens Rabia is het daarom belangrijk om ook te kijken naar hoe bestaande middelen worden verdeeld en toegankelijk worden gemaakt. "Give it back to the people en laat niet maar één of twee organisaties alles bepalen. Mensen moeten voor zichzelf kunnen organiseren."

Dat hoeft niet alleen over subsidiegeld te gaan. Organisaties kunnen bijvoorbeeld een ruimte of apparatuur beschikbaar stellen, kennis over productie en fondsenwerving delen, hun communicatiebereik inzetten of toegang geven tot hun professionele netwerk. Suus herkent dat vanuit communities zelf: "Als ik er zelf niet uitkom, vraag ik om hulp in de community. We delen de middelen, ervaring en kennis die we hebben."

Uiteindelijk gaat een inclusieve nachtcultuur niet alleen over wie er op het podium of in het publiek staat, maar ook over wie zich welkom en veilig voelt, invloed krijgt en toegang heeft tot ruimte en middelen. Juist de nacht kan daarin een bijzondere ontmoetingsplek zijn. "Je hebt meer begrip voor elkaar als je elkaar in de nacht treft", sluit Rabia af.

💡 Tip: Neem één evenement of programma onder de loep. Kijk naar de hele bezoekersreis, wie het programma bepaalt, welke communities je nog weinig bereikt en welke ruimte, kennis of middelen je kunt delen. Zo wordt inclusie iets waar je stap voor stap aan blijft werken.

Meer lezen

Vond je dit artikel nuttig?